Kleermot

Algemeen

Kleermotten (Tineola bisselliella) behoren niet tot onze oorspronkelijke fauna. Ze zijn uit warmere gebieden afkomstig en pas toen kachels algemeen in gebruik kwamen, aan het einde van de 18de eeuw, konden ze het in onze woningen volhouden. Ze leven dan ook niet in de vrije natuur. Het zijn zeer slechte vliegers zodat besmetting niet gebeurt door “openstaande ramen” maar door contact met reeds besmette goederen. Sinds de vijftiger jaren loopt het aantalkleermottensterk terug. De belangrijkste oorzaak is wel het op de markt komen van zeer efficiënte bestrijdingsmiddelen. Andere oorzaken zijn het toenemende gebruik van kunstvezels, het droger worden van het klimaat binnenshuis en het minder spaarzaam worden van de mensen: minder kleding wordt bewaard in koffers, kasten, kelders, zolders, … .

Identificatie

De eieren van de kleermotzijn ongeveer 0.5 mm groot, ovaal van vorm en vaalwit gekleurd. De rups zit meestal verscholen in een fijn spinsel ( voedingsbuisje ) dat vastzit aan de ondergrond. Dit in tegenstelling tot de larve van de pelsmot die rondkruipt met haar kokertje. De uitwerpselen die dezelfde kleur hebben als de stof die hij opeet ( bv. groen vilt ) zijn ronde bolletjes die men soms verkeerdelijk voor eieren houdt. De volgroeide rups kan tot 10 mm lang worden en is vaalwit gekleurd en weinig behaard. De kop is lichtbruin.
De pop is zo’n 6 mm lang en bevindt zich in een cocon. Het adulte motje is ongeveer 8 mm lang met een vleugelspanwijdte van 12 tot 16 mm. De voorvleugels zijn licht geel – bruin zonder tekening., de achtervleugels witgrijs en afgeboord met franjes.

Ontwikkeling

De wijfjes leggen 150-200 kleine, ovale eitjes op stoffen die voor de larven als voedsel geschikt zijn (wol, bont, veren). De eitjes komen na 8 tot 12 dagen uit. De larven van de kleermot leven in zelf gesponnen buisjes of tunneltjes die ze tijdens hun groei steeds vergroten. Afhankelijk van temperatuur en voedsel zijn de larven na 4 tot 10 maanden volgroeid. De larven bevestigen het vooreinde van hon kokertje met spinseldraden, draaien zich om, en veranderen in een bruine pop. Na twee tot drie weken komen uit de poppen de volwassen motten (imago’s) tevoorschijn uit de opening onderaan het kokertje. Dit vindt voornamelijk in juni plaats, maar in goed verwarmde gebouwen het hele jaar. De motten vliegen alleen ’s avonds en richten geen schade aan.

Alle stadia kunnen tegelijkertijd voorkomen. De ideale ontwikkeling gebeurt bij 25 °C in lichtjes vochtige omstandigheden. In dergelijke ideale omstandigheden kunnen tot vier generaties per jaar plaatsgrijpen.

Schade

Het is de larve of rups van de kleermot die schade aanricht aan wollen produkten en daarbij het liefst aan kleding met vlekken ( vet, etensresten, … ). De larven vreten gaten in wol, wollen vloerbekleding, opgezette dieren, bont, dekens, veren, zijde, matrassen, stoel- en zetelvullingen, … enz. Meestal gebeurt dit op donkere, weinig verstoorde plaatsen.

Bestrijding

Regelmatig luchten van de kleding en de kleding niet te dicht opeen pakken is belangrijk om de motten te voorkomen aangezien ze graag in het donker vertoeven. Bij het opbergen van kleding die een tijd niet gebruikt zal worden, moet men erop toekijken dat deze worden ingepakt in goedsluitende zakken, dozen of kasten.

Bij de bestrijding is het belangrijk eerst de haarden te vinden om te voorkomen dat heel het huis onnodig wordt behandeld. Kieren en naden dienen grondig met insecticiden bespoten te worden. Kleding kan best gereinigd worden op 60°C gedurende minstens 30 min. Op die manier zullen alle stadia van de mot gedood worden.

X